Banksparen: alternatieve pensioenopbouw voor DGA's

Tot maar liefst 20 procent meer pensioen? Banksparen brengt het binnen handbereik voor directeur-grootaandeelhouders (DGA’s). Onderstaand laten we aan de hand van een rekenvoorbeeld zien hoe dat in de praktijk in zijn werk gaat.

Momenteel hebben DGA’s grofweg drie mogelijkheden om hun pensioenopbouw te regelen:
-ze kunnen dit in eigen beheer doen (al dan niet in een pensioen-BV);
-ze kunnen hun pensioen onderbrengen bij een verzekeraar;
-Ook kunnen ze hun pensioenopbouw privé onderbrengen in een lijfrenteverzekering (en nu dus ook een lijfrente(spaar)rekening).

Banksparen (bij verzekeraar en/of bank)

Meestal adviseert de accountant om het ouderdomspensioen in eigen beheer te voeren. Het voordeel van deze constructie is dat de liquiditeit beschikbaar blijft voor de onderneming in onvoorziene omstandigheden. Bovendien kan de DGA het overlijdens- en arbeidsongeschiktheidsrisico desgewenst separaat verzekeren. De tweede optie,  verzekering van het ouderdomspensioen, was lange tijd duur: de verzekeringskosten drukten zwaar op het rendement. Dat nadeel is echter achterhaald sinds de introductie van lijfrente-banksparen in 2008. Banksparen - ook wel lijfrentesparen genoemd - is een alternatief voor levensverzekeringen. Banksparen is sparen met belastingvoordeel. Voorwaarde is dat u het tegoed gebruikt voor uw pensioen (of voor de aflossing van uw hypotheek). 

Eigen beheer

Fiscaal aantrekkelijk banksparen werpt de vraag op of een DGA zijn pensioen niet beter in eigen beheer kan regelen. Hij kan er zelfs voor kiezen om binnen de onderneming helemaal geen pensioenregeling op te tuigen, maar zijn pensioen privé – buiten de onderneming om – te regelen. In eigen beheer kan een DGA zijn pensioen zowel intern als extern regelen. Kiest hij voor intern eigen beheer, dan blijft in veel gevallen de pensioentoezegging een reserve binnen de werk-BV. Bij extern eigen beheer stalt de DGA de reserves in een aparte vennootschap. Op die manier blijven de reserves buiten schot bij een plotseling faillissement. Extern eigen beheer kost de DGA jaarlijks zo’n € 1000,00 extra kosten voor accountant, notaris en Kamer van Koophandel. De kosten van lijfrentesparen via de bank zijn te verwaarlozen.

Voorbeeld berekening

Wat zijn de fiscale gevolgen van een bepaalde keuze? Een fictieve pensioenpremie van € 10.000,00 per jaar kost de BV – na aftrek van 25 procent vennootschapsbelasting (vpb) – € 7.500,00. Zonder pensioenpremie valt deze € 10.000,00 binnen de winst; er blijft in totaal € 7.500,00 over in de BV. Hevelt de DGA dit bedrag vervolgens vanuit de BV over naar privé, dan betaalt hij hierover 25 procent dividendbelasting; netto houdt hij € 5.625,00 over. Omdat de DGA in dit voorbeeld 52 procent inkomstenbelasting betaalt, kan hij deze 
€ 5.625,00 bruteren naar een lijfrentepremie van € 11.718,00 per jaar.
Op deze wijze is de uiteindelijke pensioenopbouw maar liefst 17% hoger.

 ¬ terug naar overzicht

Overige nieuwsbriefitems