![]() |
Nieuws |
![]() |
|||||||||
|
||||
Nieuwsbrief november 2011 |
||||
|
|
Banksparen: alternatieve pensioenopbouw voor DGA's Tot maar liefst 20 procent meer pensioen? Banksparen brengt het binnen handbereik voor directeur-grootaandeelhouders (DGA’s). Onderstaand laten we aan de hand van een rekenvoorbeeld zien hoe dat in de praktijk in zijn werk gaat. Momenteel hebben
DGA’s grofweg drie mogelijkheden om hun pensioenopbouw te regelen: Banksparen (bij verzekeraar en/of bank) Meestal adviseert de accountant om het ouderdomspensioen in eigen beheer te voeren. Het voordeel van deze constructie is dat de liquiditeit beschikbaar blijft voor de onderneming in onvoorziene omstandigheden. Bovendien kan de DGA het overlijdens- en arbeidsongeschiktheidsrisico desgewenst separaat verzekeren. De tweede optie, verzekering van het ouderdomspensioen, was lange tijd duur: de verzekeringskosten drukten zwaar op het rendement. Dat nadeel is echter achterhaald sinds de introductie van lijfrente-banksparen in 2008. Banksparen - ook wel lijfrentesparen genoemd - is een alternatief voor levensverzekeringen. Banksparen is sparen met belastingvoordeel. Voorwaarde is dat u het tegoed gebruikt voor uw pensioen (of voor de aflossing van uw hypotheek). Eigen beheer Fiscaal aantrekkelijk banksparen werpt de vraag op of een DGA zijn pensioen niet beter in eigen beheer kan regelen. Hij kan er zelfs voor kiezen om binnen de onderneming helemaal geen pensioenregeling op te tuigen, maar zijn pensioen privé – buiten de onderneming om – te regelen. In eigen beheer kan een DGA zijn pensioen zowel intern als extern regelen. Kiest hij voor intern eigen beheer, dan blijft in veel gevallen de pensioentoezegging een reserve binnen de werk-BV. Bij extern eigen beheer stalt de DGA de reserves in een aparte vennootschap. Op die manier blijven de reserves buiten schot bij een plotseling faillissement. Extern eigen beheer kost de DGA jaarlijks zo’n € 1000,00 extra kosten voor accountant, notaris en Kamer van Koophandel. De kosten van lijfrentesparen via de bank zijn te verwaarlozen. Voorbeeld berekening Wat zijn de fiscale
gevolgen van een bepaalde keuze? Een fictieve pensioenpremie van € 10.000,00 per jaar kost de BV – na aftrek van 25 procent
vennootschapsbelasting (vpb) – € 7.500,00. Zonder pensioenpremie valt
deze € 10.000,00 binnen de winst; er blijft in totaal € 7.500,00 over in
de BV. Hevelt de DGA dit bedrag vervolgens vanuit de BV over naar privé,
dan betaalt hij hierover 25 procent dividendbelasting; netto houdt hij
€ 5.625,00 over. Omdat de DGA in dit voorbeeld 52 procent
inkomstenbelasting betaalt, kan hij deze Overige nieuwsbriefitems
|