|
Nieuwe hypotheekregels
Sinds 1 augustus 2011 moeten hypotheekadviseurs en
financieel dienstverleners voldoen aan strengere regels bij het bepalen
van de financiële draagkracht van een consument. Deze regels vloeien
voort uit de nieuwe Gedragscode Hypothecaire Financieringen. Deze
gedragscode – een initiatief van de Nederlandse Vereniging van Banken en
het Verbond van Verzekeraars – regelt de maximale hoogte van een
hypotheek aan een bepaalde consument.
De nieuwe gedragscode kent twee doelen:
- beperken betalingsrisico:
voorkomen dat de consument te hoge lasten op zich neemt; - beperken
restschuldrisico: voorkomen van overkreditering, zodat de consument bij
tegenvallers als werkloosheid en echtscheiding niet met een restschuld
blijft zitten.
Maximale hypotheekverstrekking In de gedragscode is de maximale hypotheekverstrekking vastgesteld op
104 % van de marktwaarde van de woning (exclusief de
overdrachtsbelasting). Lange tijd bedroeg dit ‘hypotheekplafond’ 125
% van de executiewaarde. In de praktijk zijn deze maximale
bedragen overigens nagenoeg gelijk.
De nieuwe regels in het kort Onderstaand beschrijven we de belangrijkste kenmerken van de nieuwe
regels.
-
De lening bedraagt
maximaal 104 % van de marktwaarde van de woning, eventueel
vermeerderd met overdrachtsbelasting. Bij een overdrachtsbelasting van 6
% kan maximaal 110 % van de aankoopwaarde van een woning
gefinancierd worden.
Door een tijdelijke “crisis”-maatregel is de
overdrachtsbelasting op dit moment 2 %, waardoor maximaal 106
% van de marktwaarde kan worden geleend. Door deze beperking is de
kans kleiner dat de opbrengst bij tussentijdse verkoop te laag is om de
hele lening af te lossen.
- Voorheen was het
gebruikelijk om een hypotheek zoveel mogelijk aflossingsvrij af te
sluiten. Dit levert problemen op wanneer de inkomsten dalen (denk aan
pensioen) of als de rente niet meer aftrekbaar is (onder andere na
dertig jaar). Daarom mag een verstrekte hypotheek nu nog maar voor
maximaal de helft van de marktwaarde van de woning aflossingsvrij zijn.
De rest moet geleidelijk of na 30 jaar ineens worden afgelost. Wordt
gekozen voor aflossing na 30 jaar, dan moet het op te bouwen vermogen
worden verpand aan de bank.
- De mogelijkheden om
af te wijken van de financieringsnorm worden beperkt.
De nieuwe regels gelden voor alle hypotheken die vanaf 1 augustus 2011
nieuw worden afgesloten. De genoemde punten hebben indirect invloed op
de omvang van de fiscaal aftrekbare rente.
Wat zijn de gevolgen?
De nieuwe regels hebben gevolgen voor de marktwaarde, verhoging en
oversluiting, en afwijking van de norm. - Voor de marktwaarde
gelden vaste definities. Hiervan maken roerende zaken uiteraard geen
deel uit. Verder weegt rente-tijdens-de-bouw gelimiteerd mee en krijgt
de taxatie een zware rol toebedeeld. - Bij verhoging of
oversluiting blijft het aflossingsvrije deel van de bestaande hypotheek
in veel gevallen intact. Op basis van regels van de betreffende bank kan
bij verhoging of omzetting een beperkte aflossingsplicht ontstaan.
- Voorheen was het
mogelijk om een inschatting te maken van inkomensgroei in de nabije en
verdere toekomst. Op die manier kon worden vastgesteld of de consument
een nu nog te zware hypotheeklast, in de toekomst wél zou kunnen
opbrengen. Dat is nu verleden tijd; consumenten kunnen een woonlast
alleen baseren op een vaststaande inkomensstijging.
Gevolgen voor de consument
Consumenten moeten er rekening mee houden dat een hypotheek een groter
beslag legt op hun besteedbaar inkomen en eigen vermogen. Mogelijk
dienen zij bij aanvang meer eigen middelen in te brengen. Ook wordt,
naast de rentebetaling, in veel gevallen een aflossing verplicht
gesteld. Ook dat kan een negatief effect hebben op het maximale
leenbedrag. Overigens blijven de normen van de Nationale
Hypotheekgarantie bestaan naast de gedragscode.
¬
terug naar overzicht
Overige
nieuwsbriefitems
|