Pensioenakkoord

In de zomer van 2019 is er een Pensioenakkoord bereikt.  De afgelopen maanden is het Pensioenakkoord verder uitgewerkt door het Kabinet en sociale partners. Nog niet alles is duidelijk en afgerond. De Tweede Kamer debatteert waarschijnlijk in de eerste week van het zomerreces over het pensioenakkoord en de vakbonden moeten nog akkoord geven. Hieronder hebben we  al wel de belangrijkste punten samengevat.

Het nieuwe pensioenstelsel
In het nieuwe pensioenstelsel is de beschikbare premie het uitgangspunt. Deze premie gaat ergens tussen de 30% en 33% bedragen. De fiscaal maximale premie is straks leeftijdsonafhankelijk, wat betekent dat de premie voor alle werknemers hetzelfde is. De hoogte van het jaarlijkse pensioen is daarmee leeftijdsafhankelijk. De premie is  voor iedereen gelijk, maar de opbouw neemt af naarmate iemand ouder wordt. Dit komt omdat de inkoop van pensioen voor een oudere werknemer duurder is dan voor een jonge werknemer. We krijgen dus een degressieve pensioenopbouw.

Wat betekent dit voor uw pensioenregeling?
Bij een verzekerde beschikbare premieregeling kennen we vaak een leeftijdsafhankelijke premie. Naarmate een werknemer ouder wordt, wordt er meer premie-inleg gedaan voor het ouderdomspensioen. De vlakke premie in het nieuwe pensioenstelsel gaat gevolgen hebben voor de deelnemers aan deze pensioenregelingen. De vlakke premie maakt jongeren duurder en ouderen goedkoper. Het gevolg hiervan is dat de ouderen niet genoeg premie in hun pensioenpot krijgen om het huidige beloofde pensioen op te bouwen. Hiervoor is compensatie nodig die een extra financiële last vormt voor de werkgever.

Bij de uitwerking van het Pensioenakkoord is een compromis bereikt voor deze groep werknemers. Als er nu sprake is van een beschikbare premieregeling met een leeftijdsafhankelijke premie bij een verzekeraar, dan mag deze regeling voor de bestaande deelnemers worden voortgezet. Voor u als werkgever betekent dit dat u twee pensioenregelingen naast elkaar  krijgt. Één pensioenregeling voor bestaande deelnemers met een leeftijdsafhankelijke premie (stijgende staffel) en één pensioenregeling voor nieuwe deelnemers met een leeftijdsonafhankelijke premie (vlakke premie).

Dit betekent dat twee werknemers van dezelfde leeftijd binnen het bedrijf een andere pensioenregeling kunnen hebben. De gedachte hierachter is dat bestaande deelnemers in een verzekerde beschikbare premieregeling met stijgende staffel niets te maken krijgen met compensatieproblemen. Het is nog niet duidelijk of dit ook voor andere pensioenuitvoerders gaat gelden zoals een premie pensioeninstelling of algemeen pensioenfonds.

Bij verzekerde middelloonregelingen wordt de premie waarschijnlijk ook leidend en krijgen we te maken met een degressieve pensioenopbouw. Ook voor middelloonregelingen lijkt het er op dat de huidige regeling voor bestaande deelnemers voortgezet kan worden en we te maken krijgen met twee pensioenregelingen naast elkaar.

Hoe zit dit bij pensioenfondsen?
Bij pensioenfondsen is vaak sprake van een middelloonregeling en een pensioenuitkering. Deze pensioenuitkering wordt los gelaten en vervangen door een pensioenverwachting die afhankelijk is van de financiële positie van het fonds. Er blijft sprake van één collectief vermogen voor actieve deelnemers, gepensioneerden en slapers. Daarnaast wordt er een solidariteitsreserve gevormd die 15% van het vermogen bedraagt. Deze buffer wordt betaald vanuit de premie (maximaal 10%) of overrendement. Met deze buffer kunnen mee- en tegenvallers verdeeld worden over verschillende leeftijdsgroepen.

Partnerpensioen

Verder wordt het partnerpensioen eenvoudiger. Nu wordt het partnerpensioen vastgesteld op basis van de pensioengrondslag (salaris -/- franchise) en is afhankelijk van de (te maken) dienstjaren bij een werkgever. De hoogte van het partnerpensioen wordt straks maximaal 50% van het salaris. De uitkering is levenslang en wordt op risicobasis verzekerd (en niet meer op opbouwbasis). Als de deelname aan de pensioenregeling tussentijds beëindigd, dan is het partnerpensioen niet meer verzekerd. In sommige gevallen blijft het partnerpensioen wél verzekerd. Dit geldt voor zowel pensioenfondsen als verzekerde pensioenregelingen.

Andere punten
Ook op andere punten is overeenstemming bereikt (die worden in 2021 verder besproken):

  • De AOW-leeftijd blijft in 2025 jaar 67 jaar
  • Er komt een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor ZZP’ers en pensioensparen moet makkelijker worden voor deze groep
  • Uitzendkrachten gaan eerder pensioen opbouwen

Een aantal afspraken worden per 1 januari 2021 al concreet:

  • de vertrekregeling waardoor oudere werknemers eerder kunnen stoppen met werken;
  • op pensioendatum kan 10% van de pensioenwaarde opgenomen worden;
  • verlofsparen: het maximum wordt uitgebreid van 50 naar 100 weken.

Hoe verder?
De uitwerking van het Pensioenakkoord is vastgelegd in een hoofdlijnnotitie die is verstuurd naar de Tweede Kamer. Ook wordt de uitwerking nu besproken met de achterban. Het is de bedoeling dat tussen 1 januari 2022 en (uiterlijk) 1 januari 2026 wordt overgestapt naar het nieuwe pensioenstelsel. De uitwerking zoals die er nu ligt, betekent een aantal overwegingen. Wanneer ga ik een nieuwe pensioenregeling met vlakke premie regelen voor nieuwe werknemers? En hoe hoog gaat deze vlakke premie zijn? Wat betekent dit voor het ambitieniveau van mijn pensioenregeling? Is het handig om zo snel mogelijk een nieuwe pensioenregeling op te zetten? Of is het beter om zo lang mogelijk te wachten? Dat is afhankelijk van de leeftijd van nieuwe werknemer(s). Is het interessant om toch voor alle werknemers naar een pensioenregeling met vlakke premie over te stappen? Of dit inderdaad het geval is, is afhankelijk van uw werknemersbestand. Er blijft genoeg te doen op pensioengebied en de pensioenspecialisten van Mutsaerts staan u graag bij!