Pensioenakkoord: Wie betaalt de rekening?

Het heeft even geduurd, maar er ligt eindelijk een principeakkoord over de vernieuwing van het pensioenstelsel. Naast een aantal aanpassingen in de AOW zijn de belangrijkste kenmerken:

  • het overstappen op een leeftijdsonafhankelijke pensioenpremie
  • het loslaten van sturen op nominale pensioenen
  • meer keuzemogelijkheden voor de individuele deelnemer

De nieuwe vorm van het nieuwe pensioensysteem is helder. Het nieuwe contract is een premieovereenkomst. Bij de vormgeving van het nieuwe pensioenstelsel blijft het kabinet wel oog houden voor het faciliteren van een adequate pensioenopbouw. Hieronder wordt verstaan dat het mogelijk moet zijn om in 40 jaar een ouderdomspensioen van 75% van het gemiddelde salaris op te bouwen. Om dit te realiseren komt de gelijkblijvende premie naar verwachting ergens tussen de 25% en 28% uit.

Veel van de pensioenverzekeringen bij verzekeraars en PPI’s zijn juist gebaseerd op een stijgende premiestaffel. Deze stijgende staffels starten op een lager percentage en stijgen met het ouder worden van de medewerker (zie onderstaande staffel op basis van 3% rekenrente).

De nieuwe leeftijdsonafhankelijke premie voor jongeren wordt hoger dan de huidige premie en die voor ouderen wordt lager. Voor een werknemer die nu start met zijn pensioenopbouw, maakt het op termijn niet uit. Hij bereikt met zijn leeftijdsonafhankelijke premie in 40 jaar het gewenste pensioen. Maar omdat de leeftijdsonafhankelijke premie voor alle pensioenregelingen gaat gelden, gaat dit voor de bestaande regelingen voor grote overgangsproblemen zorgen. De oudere werknemers moeten immers nog de hogere en stijgende premies uit de huidige staffel blijven krijgen om het beoogde pensioen te bereiken. De jongere werknemers worden direct duurder.

Pensioen is een arbeidsvoorwaarde en daarmee het domein van de sociale partners en kan dus niet eenzijdig worden aangepast, behalve als dit in de cao is bepaald. Is dit niet het geval, dan is voor een dergelijke aanpassing instemming nodig van de individuele werknemer, naast die van een eventuele OR of personeelsvertegenwoordiging.

Tijdens de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel worden de fiscale kaders verruimd. Macro economisch gezien stijgen de totale pensioenlasten voor de werkgever niet, maar ten opzichte van de huidige regeling stijgen de lasten op korte termijn substantieel omdat deze in feite naar voren worden gehaald. Het kabinet heeft aangegeven bereid te zijn financieel bij te dragen aan het opvangen van deze lasten. De tijdelijke verruiming van de fiscale kaders is echter de enige bijdrage, verder betaalt de overheid niet mee.

Graag gaan wij met u in gesprek om te bekijken hoe we voor nieuwe werknemers deze kostenstijging kunnen voorkomen. Heeft u interesse? Neem dan contact op met onze pensioenspecialisten.